Elektrisch vliegen

Elektrisch vliegen: Een conversiekit voor de luchtvaart

Vliegscholen in Europa stoten momenteel jaarlijks 75 miljoen ton aan CO2 uit. De luchtvaartindustrie in het algemeen logischerwijs nog meer. Daar liggen kansen, vinden TU/e-studentteam Falcon Electric Aviation, Kempen Airport en onderzoeksgroep Control Systems Technology. Het startpunt? Een Cessna 150 die al even meegaat. Een toolkit waarmee je benzinegedreven vliegtuigen ombouwt naar volledig elektrische varianten is het doel. “We maken een begin met vliegtuigen op van-A-naar-A-trajecten. De volgende stap is het mogelijk maken van korteafstandsvluchten. Met het ombouwen van deze Cessna maken we een mooie stap richting een toolkit die de luchtvaart kan revolutioneren.”

 

Duurzaam afstanden afleggen: Elektrisch vliegen als norm

Het team van TU/e-onderzoeker Christian van Erp werkt aan het ombouwen van de Cessna, om zo een slimme toolkit te ontwikkelen die ingezet kan worden bij het ombouwen van bestaande vliegtuigen. Een compleet nieuw vliegtuig op de markt brengen gaat namelijk niet over één nacht ijs. “De eerste verticaal opstijgende voertuigen worden al ontwikkeld, maar door certificatieprocessen kan het vaak lang duren voordat zo’n vliegtuig op de markt gebracht kan worden. Door gebruik te maken van de vliegtuigen die al in gebruik zijn, kunnen er sneller stappen gemaakt worden. Alleen de toolkit zelf hoeft dan gecertificeerd te worden.” Maarten Steinbuch, die als sectieleider bij het onderzoek betrokken is, legt uit: “Naar Engeland, naar Parijs of binnenlands – het wordt makkelijker, sneller én duurzamer. En er wordt ook nog eens een enorme kostenbesparing gemaakt, vooral op onderhoudskosten. Oliechecks, bijvoorbeeld, zijn niet meer nodig. We hoeven alleen de batterijen te vervangen. ”

Aan de vooravond van een nieuw marktsegment en meer onderzoek

Elektrisch vliegen heeft een aantrekkelijke businesscase: het is volgens berekeningen uiteindelijk goedkoper dan een eersteklastreinkaartje. We staan hiermee aan de vooravond van het openen van een nieuw marktsegment. Bovendien is er in Nederland een enorme hoeveelheid kennis en kunde in de elektrische automotive-industrie en die kan slim worden ingezet in de luchtvaartsector.

Een essentieel onderdeel van het huidige onderzoek is het vinden van de perfecte batterijen. Daarnaast moet er gekeken worden naar de elektrische equivalenten voor koel- en hydraulische systemen. Er wordt verwacht dat dit onderzoek de weg vrijmaakt voor batterij-technologieën voor de luchtvaart, waarin solidstate- en thinfilmtoepassingen kunnen door ontwikkelen. “Het idee is om volgend jaar rond deze tijd gaan taxiën. Voor de kennisontwikkeling is die fase al ontzettend interessant. Daar kunnen we ook op batterijniveau gaan optimaliseren.”

Lage propellerfrequenties, sneller stijgen: Minimale overlast

Met veel meer kleine vliegtuigen moeten we natuurlijk veel meer vliegvelden gaan gebruiken. “Mensen zijn vaak bang voor het geluid. Dat is niet per se gegrond. Een elektrisch vliegtuig stijgt erg snel op en ze zitten snel op de juiste hoogte. De propellers kunnen op een zeer lage frequentie draaien. Hierdoor is geluidsoverlast van elektrische vliegtuigen minimaal.”

Vijftienduizend vlieguren. Dat is hoe lang de vliegtuigen van de dertig Nederlandse vliegscholen jaarlijks in de lucht hangen. “Voor ons is dit een uitgelezen startpunt met veel directe impact. Daarna vergroten we de scope. Uiteindelijk moeten alle vliegtuigen geconverteerd kunnen worden.”