Dit project bouwt voort op het parallele Fit4Future project. Het doel van deze uitbreiding is om alle drie de onderzoeksaspecten in het Fit4Future project met voldoende diepgang te onderzoeken en dichter bij industriële adoptie te brengen.

Uitdagingen in Schaalbare Executiearchitecturen voor Hightech Systemen

Hightechsystemen vragen om schaalbare uitvoeringsarchitecturen nu software steeds gelijktijdiger en prestatiegevoeliger wordt. Engineers moeten responsiviteit en integratie waarborgen op platforms die niet voor moderne workloads zijn ontworpen. Dit speelt vooral in halfgeleiderproductie en embedded systemen, waar lange hardwarelevensduur samengaat met snelle softwareontwikkeling. Huidige systemen zijn complex, parallel, real-time en modulair. Veel architecturen combineren embedded en serverhardware, maar voldoen niet aan toekomstige software-eisen. Het gevolg: een groeiende kloof tussen platformcapaciteit en softwaregedrag.

Asynchrone ontwikkelingscycli verergeren de uitdaging

Deze misalignment wordt verergerd door asynchrone ontwikkelingscycli: hardware vernieuwingen vinden elke 5 tot 10 jaar plaats, terwijl software continu evolueert. Naarmate control loops intensiever worden en embedded modelleringstaken zwaarder worden, schieten bestaande platforms op het gebied van system performance vaak tekort, niet vanwege een gebrek aan ruwe rekenkracht, maar vanwege een architectonische mismatch. Bottlenecks, verminderde systeem slack en beperkte diagnosticeerbaarheid komen steeds vaker voor.

De Even-Fitter4Future en Fit4Future Projecten

Even-Fitter4Future en Fit4Future pakken deze uitdaging aan door executie architecturen te onderzoeken die schaalbaar, diagnosticeerbaar en voorbereid zijn op next-generation workloads. Ze bouwen voort op DSE 2.0 methode, oorspronkelijk ontwikkeld in het MASCOT-programma, en breiden deze uit met aanvullende perspectieven, zoals container-gebaseerde implementatie, opstarttijdparallelisme en scheduler-bewuste prestatiemodellering. Het doel is om te bepalen hoe software-evolutie platformontwerp beïnvloedt en vice versa. Kunnen moderne workloads effectief gebruik maken van gecentraliseerde of hybride platforms? Welke architectonische afwegingen behouden het beste systeem slack en onderhoudbaarheid gedurende de systeem life cycle?