Nieuws Mobiliteit Duurzame Mobiliteit MKB innovatie

De subsidieregeling R&D Mobiliteitssectoren (RDM) zag in 2021 het levenslicht, midden in de nasleep van de coronapandemie. De crisis had diepe sporen nagelaten in de mobiliteitssector. Productieketens stonden onder druk, orderportefeuilles liepen terug en investeringen in onderzoek en ontwikkeling dreigden stil te vallen. Vanuit die urgentie werd onder leiding van voormalig Holland High Tech-boegbeeld Marc Hendrikse en in samenwerking met onder andere het Ministerie van Economische Zaken (EZ), het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW), RAI Automotive Industry NL, NAG en Nederland Maritiem Land de RDM opgezet. Het doel: een tijdelijke, maar krachtige regeling die bedrijven en kennisinstellingen door de crisis heen zou helpen én tegelijkertijd de basis zou leggen voor structurele vernieuwing.

Uitdaging in innovatie 

De mobiliteitssector staat voor een van de grootste transities van deze tijd. De opgave is helder: schoner, slimmer en toekomstbestendig vervoer, zonder dat dit ten koste gaat van economische kracht en internationale concurrentiepositie. Om die transitie te versnellen, is samenwerking tussen overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven essentieel. De subsidieregeling R&D Mobiliteitssectoren (RDM) heeft hierin een sleutelrol gespeeld. Deze regeling vormde de basis voor baanbrekende innovaties in de automotive-, luchtvaart- en maritieme sector en bracht partijen samen rond een gezamenlijke ambitie: Nederland koploper maken in duurzame mobiliteit. 

Marc Hendrikse, voormalig boegbeeld Holland High Tech:

De RDM-regeling is ontstaan in een uitzonderlijke periode. Tijdens de coronapandemie zagen we dat juist in sectoren als automotive, luchtvaart en maritiem de investeringen in innovatie zeer onder druk kwamen te staan, terwijl de transitie-opgave onverminderd groot bleef. Met de RDM hebben we ruimte gecreëerd om die innovatiekracht in Nederland vast te houden en zelfs te versnellen. Het was essentieel om bedrijven, kennisinstellingen en overheid bij elkaar te brengen en perspectief te bieden, juist op het moment dat de onzekerheid groot was.

Een gezamenlijke impuls voor innovatie in mobiliteit, geboren uit crisis 

De RDM-regeling richtte zich op de drie strategische sectoren die hard werden geraakt door corona, maar essentieel zijn voor de Nederlandse economie. De automotive, luchtvaart en maritieme sector zijn sectoren met grote exportwaarde, hoogwaardige werkgelegenheid en een sleutelrol in de transitie naar duurzame mobiliteit. 

In totaal werd er binnen de regeling € 150 miljoen beschikbaar gesteld, aangevuld met substantiële cofinanciering vanuit het bedrijfsleven. Deze combinatie maakte het mogelijk om grootschalige consortia te vormen en projecten te starten die individuele partijen in crisistijd niet zelfstandig hadden kunnen dragen. 
Het doel van de RDM-regeling was expliciet tweeledig. Enerzijds het op peil houden en versnellen van R&D-activiteiten tijdens en na de pandemie. Anderzijds het versterken van ecosystemen door samenwerking over sectoren en ketens heen te stimuleren. Daarmee werd de regeling niet alleen een antwoord op een acute crisis, maar ook een katalysator voor langetermijninnovatie in duurzame mobiliteit. 

In dit artikel zullen we uiteenzetten welke projecten er zijn uitgevoerd binnen de automotive- en luchtvaartsector, welke resultaten er zijn behaald én tot welke effecten de innovaties hebben geleid. 

Automotive: van projectfinanciering naar een nationaal innovatieprogramma 

Green Transport Delta Elektrificatie: fundament voor het Nederlandse batterij-ecosysteem 

Het project 'Green Transport Delta Elektrificatie (GTD-E)' was een van de meest impactvolle initiatieven binnen de RDM-regeling voor de automotive sector. Het project richtte zich op de versnelde elektrificatie van onder andere zwaar transport en had als doel om Nederlandse kennis en industrie te positioneren in de snelgroeiende markt voor elektrische voertuigen en componenten. Door in te zetten op batterijpakketten voor gespecialiseerde markten, zoals bijvoorbeeld het zwaar transport, kunnen Nederlandse bedrijven een gat vullen dat de wereldwijde productieketen momenteel nog laat liggen. 

Binnen GTD-E werkten voertuigfabrikanten zoals VDL en DAF, toeleveranciers, netbeheerders, kennisinstellingen waaronder TNO, en regionale ontwikkelingsmaatschappijen intensief samen. De kracht van het project lag in de integrale benadering: niet alleen voertuigtechnologie stond centraal, maar ook laadinfrastructuur, energiesystemen en industriële opschaling. 

Een van de belangrijkste resultaten is het vliegwieleffect dat leidde tot de oprichting van het Battery Competence Cluster Nederland (BCC-NL). Dit cluster vormt inmiddels het hart van het Nederlandse batterij-ecosysteem en heeft als doel om de volledige waardeketen, van materiaalontwikkeling en celproductie tot assemblage, recycling en hergebruik, in Nederland te versterken. 

Dankzij de basis die met GTD-E is gelegd, wist BCC-NL aanzienlijke vervolgfinanciering aan te trekken: € 296 miljoen uit het Nationaal Groeifonds, aangevuld met circa € 500 miljoen vanuit het bedrijfsleven. Deze investeringen geven het Nederlandse batterij-ecosysteem een stevige impuls richting industrialisatie. Een concreet voorbeeld hiervan is VDL, dat binnen dit ecosysteem een demonstratie-opstelling heeft gerealiseerd voor de assemblage van batterijpacks. Hiermee wordt niet alleen technologische kennis opgebouwd, maar ook cruciale praktijkervaring met productieprocessen, kwaliteitseisen en opschaling. 

Green Transport Delta Waterstof: technologie gereed, behoefte aan opschaling nog steeds aanwezig 

Het project 'Green Transport Delta Waterstof (GTD-H)' richtte zich op waterstof als alternatief voor toepassingen waar batterijen minder geschikt zijn, zoals langeafstandstransport en zwaar materieel. Het project had als hoofddoel het ontwikkelen van drie waterstoftechnologieën: waterstofverbrandingsmotoren, waterstofbrandstofcellen en een volgende generatie technologie voor waterstoftankinfrastructuur.

Het project heeft voor een aantal ontwikkelingen gezorgd waarvan we de belangrijkste hieronder op een rijtje zetten.  

Een daarvan is de ontwikkeling van een High Pressure Direct Injection (HPDI)-module, waarmee bestaande dieselmotoren kunnen worden omgebouwd (retrofit) voor waterstof. Deze technologie, inclusief onboard opslag en brandstofvoorziening, wordt inmiddels selectief toegepast in het zwaar transport en gefinancierd via de SWiM-regeling van IenW. 

Daarnaast is dezelfde HPDI-technologie succesvol toegepast in de scheepvaart. DAF ontwikkelt bovendien, samen met TU/e en TNO, een volledig nieuw ontworpen waterstofmotor voor langeafstandstransport. Deze motor is vanaf de basis ontworpen voor waterstof en onderscheidt zich door hogere efficiëntie en een langere levensduur. 

Verder is een dieselmotor omgebouwd tot een waterstofaggregaat voor elektriciteitsopwekking, geschikt voor noodvoorzieningen en kwetsbare gebieden. Ook zijn Solid Oxide Fuel Cells (SOFC’s) ontwikkeld met een rendement van 88%, die een rol kunnen spelen bij het oplossen van netcongestie. 

Aanvullend zijn veiligheidsprotocollen en snelle vulmechanismen ontwikkeld voor waterstoftrucks.  

De technologieën die hierboven worden beschreven bevinden zich momenteel rond Technology Readiness Level (TRL) 5. Voor grootschalige impact is verdere ontwikkeling naar TRL 7–8 noodzakelijk. Pogingen tot vervolgfinanciering via het Nationaal Groeifonds strandden. Tijdens de Nationale Conferentie Duurzame Mobiliteit in 2025 is daarom een actielijst gepresenteerd aan de overheid, met onder meer de oproep om waterstof blijvend onderdeel te maken van de mobiliteitstransitie en de Versnellingsagenda 2025. 

Structurele impact: Programmabureau Green & Smart Mobility 

Naast individuele projecten heeft de RDM-regeling geleid tot een blijvende structuur: het Programmabureau Green & Smart Mobility.

Het programmabureau wordt gezamenlijk uitgevoerd door RAI Automotive Industry NL en Brainport Development en fungeert als verbindende schakel tussen publieke en private partijen. Inmiddels zijn meer dan 60 Nederlandse bedrijven uit de automotive-, maritieme en luchtvaartsector aangesloten. De programmatische aanpak, met een lange termijn roadmap en sectoroverstijgende samenwerking, vormt een van de belangrijkste nalatenschappen van de RDM-regeling.

Luchtvaart: lichtgewicht innovatie en internationale samenwerking

Waterstoftanks voor emissieloze luchtvaart 

De luchtvaartsector werkt aan verschillende routes om te verduurzamen: batterijen en waterstof. Beide routes moeten uiteindelijk leiden tot nul CO₂-emissies. Als we naar waterstof kijken, vraagt waterstofopslag om zware tanks, wat onwenselijk is in de luchtvaart. Immers zorgt elke extra kilo ervoor dat een vliegtuig meer vermogen nodig heeft. Het project 'Waterstoftanks voor emissieloze luchtvaart' richtte zich daarom op lichtgewicht composiettanks die geschikt zijn voor opslag onder hoge druk of lage temperatuur. 

In dit project is zo goed als de gehele keten vertegenwoordigd. Er wordt samengewerkt aan ontwerp, procesontwikkeling, productie, testen en regelgeving.  

Dit project heeft als hoofddoel om aansluiting te vinden bij de waterstofvliegtuigontwikkeling van vliegtuigbouwers, zoals Airbus. Omdat het project meer tijd nodig had om alle resultaten te kunnen opleveren, loopt het nog tot eind 2026. Dit sluit aan bij internationale ontwikkelingen, waarin bijvoorbeeld ook Airbus het waterstofproject heeft verlengd. Door verlenging van het project kan er extra worden doorontwikkeld richting hogere Technology Readiness Levels (TRLs), waardoor kansen voor een langdurige samenwerking met Airbus worden vergroot.  

Thermoplasten: Nederlands onderscheidend vermogen 

Het project 'Thermoplasten voor een duurzame luchtvaart' bouwt voort op een unieke internationale positie van Nederland op het gebied van thermoplastische composietmaterialen. Deze materialen combineren een extreem laag gewicht met hoge sterkte en bieden daarnaast voordelen op het gebied van productiesnelheid en recyclebaarheid. Juist in de luchtvaart, waar gewichtsreductie direct bijdraagt aan lagere emissies en energieverbruik, zijn dit cruciale eigenschappen. Omdat verduurzaming bij grote commerciële vliegtuigen complex en tijdsintensief is, richtte dit project zich in eerste instantie op kleinere vliegtuigen (minder dan 200 passagiers en afstanden tot circa 2.000 kilometer), waaronder elektrische toestellen zoals die van Joby Aviation. In deze vliegtuigen zijn Nederlandse thermoplasttechnologieën toegepast, specifiek in structurele onderdelen zoals de staart, waar significante gewichtsbesparing mogelijk is. 

Het project heeft inmiddels een belangrijk vervolg gekregen binnen het Nationaal Groeifondsprogramma Luchtvaart in Transitie (LiT). In dit programma wordt de cruciale vertaalslag gemaakt van bewezen technologie in kleinere vliegtuigen naar toepassing in grotere commerciële toestellen, met als expliciete focus de opvolger van de Airbus A320. Airbus bevindt zich momenteel in een strategische fase waarin wordt bepaald met welke partijen wordt samengewerkt aan deze nieuwe generatie vliegtuigen. De technologieselectie voor samenwerkende partners vindt komende twee jaar plaats, terwijl de productie van het nieuwe toestel rond 2035 is gepland. 

Selectie door Airbus betekent meer dan alleen erkenning van technologische kwaliteit. Het houdt in dat Nederlandse partijen samen met Airbus gedurende ongeveer tien jaar werken aan de verdere doorontwikkeling van de thermoplasttechnologie op een demonstrator, als noodzakelijke stap richting toepassing in serieproductie. Doorontwikkeling biedt geen automatische garantie op daadwerkelijke toepassing, maar vergroot de kans daarop aanzienlijk. Nederland heeft hier een sterke uitgangspositie: op het gebied van thermoplasten beschikt het over unieke kennis en infrastructuur. Wanneer de technologie daadwerkelijk wordt toegepast in de opvolger van de A320, gaat het om een potentiële markt van ongeveer tienduizenden verkochte vliegtuigen in twintig jaar tijd, een enorme economische en strategische kans voor de Nederlandse luchtvaartindustrie. 

Project BrightSky 

Grote internationale luchthavens zoals Schiphol zijn niet alleen knooppunten voor passagiers en goederen, maar ook plekken waar veel luchtvaartbedrijven, kennis en infrastructuur samenkomen. Om internationaal koploper te blijven, moet de luchtvaartsector op en rond Schiphol zich continu blijven vernieuwen. Dat is precies waar het BrightSky-consortium aan heeft gewerkt. 

Het project 'BrightSky' is breed opgezet en bestaat uit meerdere werkpakketten, uitgevoerd door een consortium van twaalf kleine en grote partijen. Binnen het project is gewerkt aan onder meer slimmere onderhoudsprocessen met behulp van geavanceerde scantechnieken, een betere beschikbaarheid van vliegtuigen door de ontwikkeling van nieuwe plannings- en beslissingsondersteunende tools, en effectievere onderhoudstrainingen via een Maintenance Simulator. Minstens zo belangrijk was het bouwen aan onderlinge samenwerking en wederzijds begrip tussen de betrokken partijen. Daarmee is een eerste, maar essentiële stap gezet richting een innovatie-ecosysteem dat op termijn zelfstandig kan functioneren. 

De succesvolle innovaties die binnen BrightSky zijn ontwikkeld, hebben inmiddels geleid tot nieuwe samenwerkingen en vervolgactiviteiten. Meerdere partijen werken nu al samen aan andere en vervolgprojecten, onder meer binnen de regeling TopSector High Tech Vliegtuigmaakindustrie (TSH) en Luchtvaart in Transitie (LiT) regelingen. Het ecosysteem groeit daarmee verder, met nieuwe projecten en nieuwe partners die gezamenlijk blijven werken aan complexe innovatie-uitdagingen in de luchtvaart. 

De luchtvaartsector wordt vaak geconfronteerd met negatieve percepties rondom geluid, emissies en leefomgeving. Juist daarom is innovatie onmisbaar. Waar veel innovatieprogramma’s mikken op effecten op de lange termijn, zorgt BrightSky ervoor dat concrete verbeteringen nu al zichtbaar en toepasbaar zijn. Daarmee levert het project directe bijdragen aan de sector van vandaag, terwijl het tegelijkertijd de weg vrijmaakt voor de duurzame luchtvaart van morgen en de langetermijndoelen voor de komende tien tot dertig jaar ondersteunt. 

Samen vooruit: hoe RDM blijvende beweging heeft gebracht

Marc Hendrikse, voormalig boegbeeld Holland High Tech:

De RDM-regeling heeft laten zien hoe krachtig Nederland kan zijn wanneer we innovatie strategisch benaderen. In een periode van crisis is niet gekozen voor afbouw, maar voor vooruitgang. Door gericht te investeren in samenwerking en technologische vernieuwing zijn ecosystemen ontstaan die internationaal meetellen en die de basis vormen voor toekomstige groei. 

De waarde van RDM zit niet alleen in de projecten zelf, maar in wat ze in beweging hebben gezet: vertrouwen tussen partijen, een gezamenlijke langetermijnagenda en een duidelijke internationale positionering van Nederland als koploper in duurzame mobiliteit. Daarmee versterken we niet alleen ons economisch verdienvermogen, maar leveren we ook een concrete bijdrage aan maatschappelijke opgaven zoals verduurzaming en bereikbaarheid. 

RDM was daarmee geen eindpunt, maar een strategisch startschot. De opgebouwde kennis, netwerken en ambities vormen een stevig fundament om Nederland ook de komende decennia leidend te laten zijn in mobiliteitsinnovatie.

Pim Grol, Managing Director RAI Automotive Industry NL:

De kracht van de RDM-regeling zit voor ons in de koppeling tussen innovatie en markt. De projecten vormen de inhoudelijke basis voor onze internationale missies en beurzen in landen als Frankrijk, Duitsland en Zweden. Door bedrijven gezamenlijk te positioneren en hun verhalen te verbinden aan concrete marktvraag, bouwen we aan duurzame omzet, werkgelegenheid en een sterke internationale positie van de Nederlandse automotive industrie. Innovatie stopt voor ons dus niet bij de projectafronding.

Paul Eijssen, Managing Director NAG:

De RDM-regeling heeft partijen weer bij elkaar gebracht, nationaal én internationaal, op een moment dat de luchtvaartsector dringend behoefte had aan richting en perspectief. Juist in de verduurzamingsopgave was het cruciaal dat bedrijven, kennisinstellingen en overheid opnieuw energie en vertrouwen kregen om samen te werken. Die hernieuwde dynamiek vormde de basis voor nieuwe initiatieven en een gezamenlijke langetermijnambitie voor een duurzame luchtvaart.

De RDM-regeling heeft blijvende beweging op gang gebracht binnen de mobiliteitssector en werkt zichtbaar door in nieuwe programma’s en initiatieven. In de publicatie ‘De toekomst is nu’ van de ministeries van Economische Zaken en Infrastructuur en Waterstaat wordt een compleet overzicht gegeven van alle RDM-projecten.

Naar publicatie

Nieuws Mobiliteit Duurzame Mobiliteit MKB innovatie