Nederland moet zijn economische beleid herijken om beter bestand te zijn tegen toenemende geopolitieke druk, stelt secretaris-generaal van Economische Zaken Sandor Gaastra. In een wereld waarin economische instrumenten zoals handelsbeperkingen steeds vaker worden ingezet als machtsmiddel, is sturen op efficiëntie en openheid alleen niet langer voldoende. Economische macht moet expliciet worden meegewogen om de Nederlandse economie weerbaar te houden. Een offensief technologiebeleid is hiervan van cruciaal belang.
Economische afhankelijkheden zijn steeds vaker een geopolitiek risico, met name op het terrein van digitale technologieën en kritieke grondstoffen. Juist op deze strategische domeinen is Nederland afhankelijk van een beperkt aantal grootmachten, wat de kwetsbaarheid van onze open economie vergroot. Tegelijk blijft open wereldhandel essentieel voor de Nederlandse welvaart, wat vraagt om een zorgvuldige balans tussen openheid en weerbaarheid.
Economische macht als collectief belang
Een sterkere economische positie komt voort uit keuzes van bedrijven, maar heeft brede maatschappelijke effecten. Dat rechtvaardigt een actievere rol van de overheid. Gaastra pleit daarom voor beleid dat niet alleen defensief risicovolle afhankelijkheden beperkt, maar vooral ook offensief inzet op het versterken van strategische posities, ook als dit gepaard gaat met kosten.
Offensief technologiebeleid, sterkere Europese samenwerking en nieuwe strategische samenwerkingen
De kern daarvan is een offensief technologiebeleid, gericht op het versterken van ecosystemen rond strategische technologieën waarin Nederland internationaal relevant kan blijven. Dit vraagt om gerichte investeringen in digitale sleuteltechnologieën en de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen. Aanvullend zijn een collectief sterkere Europese Unie en nieuwe strategische samenwerkingen met opkomende economieën nodig om afhankelijkheden te spreiden en de economische weerbaarheid structureel te versterken.